Portugal lijkt op de kaart een relatief smalle strook land aan de rand van Europa, maar binnen die strook liggen verrassend veel verschillende landschappen. In het noorden zijn de heuvels groen en worden steile rivierhellingen gebruikt voor wijnbouw. Verder naar het zuiden wordt het landschap droger en opener, totdat de aarde uiteindelijk eindigt in goudkleurige rotswanden boven de Atlantische Oceaan.
En dan zijn er nog Madeira en de Azoren. Deze eilandengroepen liggen honderden kilometers van het Europese vasteland en zijn ontstaan door vulkanische activiteit. Daardoor voegen ze kratermeren, lavavelden, steile vulkaanbergen en subtropische bossen toe aan een land dat op het vasteland al bijzonder gevarieerd is.
De Douro heeft een landschap van terrassen gevormd
In het noorden van Portugal stroomt de Douro vanuit Spanje richting Porto. Vooral ten oosten van Peso da Régua loopt de rivier door een landschap van steile heuvels.
Generaties wijnbouwers hebben deze hellingen veranderd in terrassen waarop druiven worden verbouwd. De lijnen volgen de vorm van het landschap en lopen op sommige plaatsen vanaf de rivier tot hoog tegen de bergen omhoog.
Van bovenaf lijkt de Douro soms als een groenblauw lint tussen de wijngaarden te liggen. Het landschap verandert gedurende het jaar sterk. In het voorjaar overheerst fris groen, terwijl de wijngaarden in het najaar geel, oranje en rood kunnen kleuren.
Peneda-Gerês: het groene en wilde noorden
Dicht bij de grens met Spanje ligt Peneda-Gerês, het enige nationale park van Portugal. Het gebied bestaat uit granieten bergen, bossen, rivieren en kleine dorpen.
Water stroomt via bergbeken en watervallen door het landschap en verzamelt zich op verschillende plaatsen in natuurlijke poelen. Oude stenen paden verbinden dorpen die al eeuwen tussen de bergen liggen.
Het klimaat is hier aanzienlijk vochtiger dan in het zuiden van Portugal. Daardoor is het landschap opvallend groen en dichtbegroeid. Op sommige plekken leven halfwilde paarden en andere dieren vrij in het berggebied.
Serra da Estrela: het dak van het Portugese vasteland
Midden in Portugal ligt de Serra da Estrela, het hoogste berggebied van het vasteland. De hoogste delen liggen bijna tweeduizend meter boven zeeniveau.
Gletsjers hebben tijdens koude perioden brede valleien en andere landschapsvormen achtergelaten. Een bekend voorbeeld is de Vale Glaciar do Zêzere, een lange U-vormige vallei die duidelijk afwijkt van de smallere rivierkloven elders in Portugal.
In de winter kan hier sneeuw vallen en zijn de temperaturen veel lager dan aan de kust. In de zomer bestaat het landschap vooral uit rotsen, droge graslanden en lage bergvegetatie.
De Alentejo opent zich richting de horizon
Ten zuiden van de Taag verandert Portugal geleidelijk. De Alentejo bestaat voor een groot deel uit glooiende vlaktes, landbouwgronden en kurkeiken.
De bomen staan vaak ver uit elkaar, waardoor het landschap open blijft. In het voorjaar kunnen velden groen zijn en vol bloemen staan, terwijl dezelfde gebieden tijdens de droge zomer geel en goudbruin kleuren.
Op heuveltoppen liggen witte dorpen en kastelen die van grote afstand zichtbaar zijn. De lage bevolkingsdichtheid versterkt het gevoel van ruimte.
De Vicentina-kust: Portugal op zijn ruigst
Aan de zuidwestelijke rand van Portugal ligt een kustgebied dat sterk verschilt van de drukke badplaatsen van de Algarve. Langs de Costa Vicentina domineren hoge kliffen, verlaten stranden en de open Atlantische Oceaan.
Golven hebben diepe inhammen en rotsformaties in de kust uitgesleten. Kleine stranden liggen soms volledig tussen hoge rotswanden verscholen.
Door de krachtige oceaanwind blijft de vegetatie op veel plaatsen laag. Wandelpaden volgen delen van de klifrand en bieden uitzicht over een kust die op sommige plekken vrijwel onbebouwd is.
Bij Cabo de São Vicente houdt Europa bijna op
Helemaal in het zuidwesten ligt Cabo de São Vicente. De hoge rotskaap steekt uit in de Atlantische Oceaan en was eeuwenlang een belangrijk herkenningspunt voor zeevaarders.
Vanaf de kliffen kijk je over een vrijwel onbelemmerde horizon. Vooral bij harde wind en hoge golven wordt duidelijk hoeveel kracht de Atlantische Oceaan hier heeft.
De vegetatie is laag en het landschap grotendeels boomloos. Daardoor voelt de kaap veel ruiger dan de beschutte stranden die verder naar het oosten langs de Algarve liggen.
De Algarve is door de zee uitgehouwen
Richting Lagos en Albufeira verandert de kust. Hier bestaat het gesteente uit kalksteen in warme gele, oranje en rode tinten.
De zee heeft gedurende duizenden jaren grotten, natuurlijke bogen en losstaande rotspilaren gevormd. Bij Ponta da Piedade is dit proces bijzonder goed zichtbaar. Smalle watergangen lopen tussen hoge rotsformaties door en kleine stranden liggen aan de voet van de kliffen.
Ook de grot van Benagil is door erosie ontstaan. Door een opening in het plafond valt zonlicht rechtstreeks op het zand en water in de grot.
Ria Formosa: eilanden die voortdurend van vorm veranderen
Ten oosten van Faro bestaat de Algarve niet uit hoge kliffen, maar uit een lagunelandschap. Ria Formosa wordt van de open zee gescheiden door lange zandeilanden en zandbanken.
Getijden zorgen ervoor dat grote delen van het gebied afwisselend droogvallen en onder water komen te staan. Smalle geulen verbinden de lagune met de Atlantische Oceaan.
De eilanden en zandbanken veranderen langzaam van vorm onder invloed van stroming en stormen. Het gebied vormt bovendien een belangrijke rust- en voedselplaats voor vogels.
Madeira: bergen die uit de oceaan omhoogrijzen
Bijna duizend kilometer ten zuidwesten van het Portugese vasteland ligt Madeira. Het eiland is van vulkanische oorsprong en bestaat uit steile bergen, diepe valleien en hoge kliffen.
Het binnenland is uitzonderlijk bergachtig. Toppen zoals Pico Ruivo en Pico do Arieiro steken hoog boven de wolken uit. Wandelpaden lopen over smalle bergkammen en bieden uitzicht op valleien die honderden meters lager liggen.
Door de steile hellingen zijn dorpen en landbouwterrassen op soms onwaarschijnlijke plekken gebouwd. Wegen verdwijnen regelmatig in tunnels omdat een route om de bergen heen nauwelijks mogelijk is.
Laurisilva: wandelen door een oeroud nevelwoud
Op Madeira ligt een bijzonder type bos dat ooit veel grotere delen van Zuid-Europa bedekte. Het Laurisilva bestaat uit groenblijvende laurierachtige bomen en profiteert van het vochtige klimaat op de berghellingen.
Wolken blijven regelmatig tegen de bergen hangen, waardoor het bos veel vocht ontvangt. Boomstammen zijn bedekt met mos en varens en kleine waterlopen lopen door de dichte vegetatie.
De historische levadas, smalle irrigatiekanalen, lopen op veel plaatsen door deze bossen en worden tegenwoordig ook gebruikt als wandelroutes.
De Azoren: kraters gevuld met water
Nog verder de Atlantische Oceaan in liggen de Azoren. De negen eilanden zijn vulkanisch en het landschap wordt gekenmerkt door kraters, vulkaanmeren, zwarte lavavelden en groene heuvels.
Op São Miguel ligt Sete Cidades, een enorme vulkanische caldera waarin verschillende meren liggen. Vanaf de kraterrand kijk je neer op blauw en groen water, omringd door steile begroeide hellingen.
Ook Lagoa do Fogo ligt in een vulkanische krater. Wolken kunnen hier snel over de bergkam trekken, waardoor het meer soms binnen enkele minuten uit het zicht verdwijnt.
Vulkanische krachten zijn op de Azoren nog merkbaar
De vulkanische geschiedenis van de Azoren is niet alleen zichtbaar in oude kraters. Op verschillende eilanden zijn warmwaterbronnen, fumarolen en andere geothermische verschijnselen te vinden.
Bij Furnas op São Miguel komt op verschillende plekken stoom uit de bodem en borrelt heet water omhoog. De vulkanische warmte wordt er zelfs gebruikt om traditionele gerechten langzaam in de grond te bereiden.
Op andere eilanden liggen relatief jonge lavavelden waar nog nauwelijks vegetatie op groeit. Daardoor kun je letterlijk zien hoe nieuw land langzaam door planten wordt gekoloniseerd.
Portugal heeft geen landschap dat het hele land samenvat
Het is vrijwel onmogelijk om één landschap te kiezen dat Portugal vertegenwoordigt. De groene bergen van Peneda-Gerês lijken nauwelijks op de droge vlaktes van de Alentejo. De zandbanken van Ria Formosa hebben weinig gemeen met de vulkanische kraters van de Azoren.
Zelfs de kust verandert voortdurend. In het westen beukt de Atlantische Oceaan tegen donkere rotsen, terwijl in de Algarve goudkleurige kalksteenformaties rond beschutte baaien liggen.
Juist die verschillen maken reizen door Portugal interessant. Wie verder kijkt dan Lissabon, Porto en de bekende stranden ontdekt een land waarin rivieren, oceaan, bergen en vulkanen ieder hun eigen landschap hebben achtergelaten.